Blunders

Elke schaker is ergens wel goed in. De één in het eindspel, de ander kent zijn openingen goed en een derde kan heel strategische zetten bedenken. Zelf heb ik ook een uitzonderlijke capaciteit die bijna niet te evenaren is.

Dat is “het maken van blunders”.

Er zijn niet veel schakers die deze kwaliteit tot een zo’n hoog niveau hebben kunnen opkrikken. Het gaat te ver om te stellen dat ik hierin de beste van de wereld ben, maar ik hoor wel bij de top.
Ik wil dat graag toelichten aan de hand van mijn laatste 4 gespeelde partijen in de interne competitie. Ga ik verder terug in de geschiedenis, dan kan ik deze voorbeelden heel eenvoudig uitbreiden met nog vele andere partijen. Maar laten we het even houden bij deze laatste 4 partijen.

In alle genoemde partijen maak ik een enorme blunder, waardoor de partij verloren wordt. In de laatste 3 partijen sta ik zelfs zeer comfortabel op winst door in het begin van de partij goed te spelen, maar dan gaat het toch nog mis.
Hier volgen deze laatste 4 partijen die ik voor de interne competitie heb gespeeld. Dus 4x een grote blunder in 4 opeenvolgende partijen! Ik denk zeker dat dit een record is. Kijk en huiver.

Partij 1: Erik Mijnheer – Ton van Manen
De stelling na de 36-ste zet is ongeveer gelijk.

Na 36,…..,Kg7 blijft de stelling gelijk en kan er nog een tijdje doorgespeeld worden. Maar ik bedacht de zet 36,……Te8?? En vergeet dat het paard nu nog slechts 1x verdedigd staat! En na 37, Dxf6,… kunnen de stukken in de doos en is de partij verloren.

Partij 2: Ton van Manen – Goswin Zeeman
De stelling na de 34-ste zet van zwart is als volgt.

Uiteraard een gewonnen stelling (evaluatie Fritz + 11,1) Ik speelde echter 35. Pf7†,…?? en was even de Dame op a2 uit het oog verloren!? De partij kon ik daarna direct opgeven. Bijna alle andere zetten waren direct winnend, bv.35. Te6,….

Partij 3: Ton van Manen – Alvin Jutba
De stelling na de 18-de zet van zwart is als volgt (evaluatie Fritz +5,1)

Ik speelde hier 19 Txg4,….?? terwijl 19. Kh1,… voor wit direct een winnende stelling geeft.  Na afruil van de toren op g4 heeft wit een stuk meer, een vrije d-pion en matdreigingen op g7. Hetgeen voldoende moet zijn voor de overwinning.

Partij 4: Ton van Manen – Rogelio Lujan Carcia.
De stelling na de 31-ste zet van zwart is als volgt (evaluatie Fritz +6,1)

Hier speelde ik 32. De7??,… terwijl 32. Dxg6,… direct winnend is. Dit wint direct een toren en met de vrije d-pion is de winst eenvoudig te realiseren.

Natuurlijk opnieuw (4x achter elkaar!) een dikke frustratie.

Win ik dan nooit een partij? Oh jawel, maar dat is pas zeker gesteld als de tegenstander mij een hand heeft gegeven, de stukken in de doos zitten, het bord en de klokken zijn opgeborgen en de stand is genoteerd. Is dat niet het geval, dan kan ik nog steeds verliezen.

Wie is mijn volgende tegenstander?

Ton

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.